dinsdag 29 juni 2010
zaterdag 26 juni 2010
Vlieg en Vogel
Een vervelend zoemend geluid klonk van achter het gordijn. Het gezoem verstoorde
je tv programma dat je aan het kijken was. Na een diepe zucht stond je op om te kijken waar dat gezoem vandaan kwam. Je schuift het gordijn op zij en zittend op
het raam zie je een vliegje zitten dat tevergeefs naar buiten probeerde te
vliegen door het raam heen. Je vangt het vliegje in je handen en terwijl je hem
in je handpalmen heen weer voelt vliegen, loop je naar de achterdeur om hem
vrij te laten. Je opent de deur en opent je hand. Je ziet het vliefje wegvliegen
en je kijkt hem na terwijl he dij vrijheid in vliegt. Op dat moment vliegt er
plotseling een vogeltje op vanuit een dode hoek naast de deur en grijp het
vliegje in zijn snavel. Het vogeltje eet het vliegje op.
vrijdag 25 juni 2010
Light
I shine through your window,
during the night and day.
I am the sun, the moon,
I am each and every star.
I wait until dawn,
I wait until you awake,
So I can shine upon you,
And a smile on your face you make.
Though shall I not shine,
upon everyone and everything.
Darkness will awake.
He will be every shadow,
every deep bottom of any lake.
He doesn't care,
He doesn't see,
He doesn't remember.
He is what he is and I will never be.
Tijd
Vliegt harder dan ooit.
Men heeft het niet door,
Of in ieder geval niet iedereen,
Maar ik ben niet meer de oude.
Niet meer de nieuwe.
Ik ben nieuwer.
Op weg naar nieuwst,
Vliegt de tikkende tijd schaamteloos verder.
Van tegelpad naar snelweg,
Realiseer ik me snel:
Er is geen weg terug,
En ongelooflijk genoeg heeft men het nog niet door.
Of in ieder geval niet iedereen,
Want tegel voor tegel,
of streep voor streep,
Wordt de rest ook nieuwer.
En de tijd, die vliegt maar door.
Tik tak tik tak...
Zal ik je zeggen waarom?
Waarom de tijd niet stopt,
vertraagd of een pauze neemt?
Vertellen hoe dat zit?
Daar heeft hij het te druk voor,
Geen zin in gezeik.
Niet dat 'ie het niet kan!
Ongetwijfeld, maar,
Als ik jou was,
Zou ik hem niet uitdagen.
Want voor je het weet,
Lig je weer te janken.
Je bent namelijk net afgevallen,
Afgevallen van het bankje.
Je dacht dat jij die hoogte wel aankon,
Maar je ligt nu te janken,
Of in ieder geval,
Dat had gekund.
Want de tijd wil je best terug sturen,
Maar jij bent opweg naar nieuwst,
Je hebt het te druk om van banken,
hekken of schommels af te vallen.
Te druk om te janken,
Te druk om in de armen genomen te worden,
Te druk want je hebt een afspraak,
Een afspraak met de tijd.
Wees maar snel,
Want hij vliegt.
Voor je het weet,
Ben je hem kwijt.
